Waterpolo

Nederland heeft een lange traditie met waterpolo, ook de sport zelf is al heel oud. Het is één van de eerste moderne Olympische sporten. Tijdens de Olympische spelen in Montreal (1976) haalde het Nederlandse herenteam het grootste succes in zijn geschiedenis, daar won de ploeg van Oranje de bronzen medaille. De waterpolodames hadden in 2008 in Beijing nog meer succes en wonnen de gouden medaille. Bijna iedereen die nog nooit aan een waterpolowedstrijd heeft meegedaan heeft een verkeerd beeld van de sport. Het zou een hele gemene sport zijn waar van alles onder water gebeurt: schoppen, slaan, knijpen, krabben en nog veel meer dingen die de scheidsrechter niet kan zien. Als je een keer waterpolo hebt gezien, of voor het eerst speelt zul je zien dat het eigenlijk wel meevalt met die “keiharde” sport. Eigenlijk is waterpolo een van de gezondste sporten die er bestaat omdat bewegen in het water je lichaam traint.

Heel veel zwemmen moet je in ieder geval wel bij waterpolo, maar je hoeft niet snel te kunnen zwemmen om een goede waterpolospeler(ster) te worden. Techniek en spelinzicht zijn ook heel belangrijk. Zwemmen, bewegen en nadenken, daar gaat het om bij waterpolo. Als je deze drie dingen beheerst, dan heb je in principe al gescoord en volgen de goals vanzelf. Je bent met z’n zevenen in het water ( zes spelers en een keeper ) en door met elkaar samen te spelen kun je zo dicht mogelijk bij het doel van de tegenstander komen en proberen een punt te scoren. Wie uiteindelijk de bal in het net schiet is niet belangrijk want iedere speler helpt mee bij de opbouw van de aanval.Waterpolo Ook bij de verdediging moeten de spelers de keeper helpen om een doelpunt tégen te voorkomen. Met z’n allen aanvallen én verdedigen, dát is de bedoeling.

Een waterpolowedstrijd voor teams met senioren duurt ongeveer een uur. Bijna alle waterpolotrainers besteden vanzelfsprekend veel aandacht aan het uithoudingsvermogen van hun spelers. Hoe beter de conditie is, hoe beter en sneller je allerlei technieken met de bal aanleert.